Bijzondere procedures: de 2.8 procedure, de MI-I/MI-II-2.8 procedure, de MI-III procedure, de S-I procedure, de S-III-2.8 procedure, de 2.13 procedure, de ATV procedure en het algemeen administratief formulier.

2.8 procedure

U kunt een 2.8 verzoek indienen wanneer u een inperkingsniveau en een CFI wilt laten toekennen aan handelingen met bepaalde ggo’s. Op basis van het 2.8 besluit dient u vervolgens voor de voorgenomen werkzaamheden een kennisgeving dan wel een vergunningaanvraag te doen.

 

Wat moet u weten over een 2.8 verzoek?

U dient in het 2.8 formulier complete ggo’s en alle activiteiten die u met deze ggo’s wilt uitvoeren te beschrijven. De termijn voor een 2.8 besluit is 45 dagen en uw bestaande 2.8 besluit kan aangepast worden.

 

Wanneer kunt u een 2.8 verzoek indienen?

U kunt een 2.8 verzoek indienen wanneer:

  • u van mening bent dat een lager inperkingsniveau een passend beschermingsniveau biedt;
  • u de voorgenomen werkzaamheden niet met behulp van bijlage 5 in kunt schalen;
  • u twijfelt over de uitkomst van uw inschaling.

 

Wie doet het 2.8 verzoek?

Een 2.8 verzoek wordt namens de gebruiker door de BVF ingediend. Het 2.8 besluit is alleen geldig voor de gebruiker.

 

U hebt een 2.8 besluit gekregen, wat moet u vervolgens doen?

Wanneer uit het 2.8 besluit blijkt dat activiteiten op niveau I of II-k kunnen plaatsvinden, dient u een kennisgeving op het betreffende niveau te toen. Indien uit het 2.8 besluit blijkt dat voorgenomen werkzaamheden op niveau II-v of III moeten plaatsvinden, dient u een vergunningaanvraag te doen.

Direct naar 2.8 verzoek

Direct naar Aanpassen 2.8 besluit

2.8 procedure in combinatie met een kennisgeving of vergunningaanvraag

Vanaf 8 mei 2017 kunt u uw 2.8 verzoek altijd in combinatie met één of meerdere kennisgevingen van niveau I of II-k en/of vergunningaanvragen van niveau II-v of III indienen. U hoeft hiervoor alleen het 2.8 combinatie formulier in te vullen. Het 2.8 besluit wordt dan beschouwd als de start van de kennisgevingen en/of vergunningaanvragen.

 

Welke combinaties zijn mogelijk?

U kunt ervoor kiezen om de activiteiten uit het 2.8 besluit onder te brengen in nieuwe I of II-k kennisgevingen en/of II-v of III vergunningen of om de activiteiten toe te voegen aan bestaande kennisgevingen en/of vergunningen. Het 2.8 combinatie verzoek kunt u alleen doen voor activiteiten die aan kennisgevingen en/of vergunningen van na 1 maart 2015 toegevoegd moeten worden. Het is ook mogelijk om een 2.8 verzoek te doen voor activiteiten waaraan verschillende inperkingsniveaus worden toegekend, in dat geval wordt het 2.8 besluit gecombineerd met verschillende nieuwe of bestaande kennisgevingen en/of vergunningen.

 

Wat moet u weten over het 2.8 combinatie verzoek?

Voor het 2.8 combinatie verzoek en de opvolgende kennisgevingen en/of vergunningaanvragen blijven de normale procedures bestaan, die na elkaar afgehandeld worden. Er worden aparte dossiers voor de verschillende aanvragen aangemaakt. Het 2.8 besluit wordt beschouwd als de start van de kennisgevingen en/of vergunningaanvragen. Aangezien iedere activiteit uit het 2.8 besluit één op één wordt doorgezet naar een opvolgende kennisgeving of vergunning, vormt de activiteit een onveranderd en zelfstandig onderdeel in deze kennisgeving of vergunning. Om deze activiteit te wijzigen moeten zowel het 2.8 besluit als de kennisgeving of vergunning gewijzigd worden. De afhandeling van de kennisgevingen en/of vergunningaanvragen is geheel administratief, hierdoor kan de afhandeling versneld worden, het streven is om de gecombineerde aanvraag binnen een termijn van 45 dagen (voor de afhandeling van het 2.8 verzoek) plus 5 werkdagen (voor de administratieve afhandeling van de vervolgprocedure) af te handelen. U ontvangt uw 2.8 besluit in combinatie met uw ontvangstbevestigingen op de kennisgevingen en uw 2.17 besluit in geval van een nieuwe II-k kennisgeving en/of uw besluiten op de vergunningaanvragen.

 

Wat gebeurt er als het 2.8 besluit niet overeenkomt met uw aanvraag?

Als Bureau GGO bij de beoordeling van uw 2.8 verzoek voor een activiteit op een ander inperkingsniveau en een andere CFI uitkomt dan waar u om verzocht heeft, dan zal Bureau GGO de activiteit onderbrengen in een nieuwe kennisgeving of vergunning.

 

Hoe dient u het 2.8 combinatie verzoek in?

U hoeft alleen het 2.8 combinatie formulier met bijbehorende informatie in te dienen, waarbij u direct aangeeft dat u de activiteiten uit uw 2.8 besluit ook wilt beschouwen als één of meerdere kennisgevingen en/of vergunningaanvragen. In het 2.8 combinatie formulier beschrijft u de complete ggo’s en alle activiteiten die u met deze ggo’s wilt gaan uitvoeren. Tevens geeft u in het formulier per activiteit aan dat u de activiteit in een nieuwe kennisgeving of vergunning wilt onderbrengen. Of dat u de activiteit aan een bestaande kennisgeving of vergunning wilt toevoegen, in dat geval geeft u het nummer van de kennisgeving of vergunning op. Of dat u de activiteit aan uw verslag risicobeoordeling van een bestaande niveau I kennisgeving wilt toevoegen. Het is ook mogelijk om een 2.8 combinatie verzoek te doen als uw activiteiten op meerdere inperkingsniveaus ingeschaald moeten worden. U geeft in de activiteitentabel per activiteit aan hoe u de activiteiten wilt laten doorzetten.

 

Wie doet het 2.8 combinatie verzoek?

Aangezien u het 2.8 combinatie verzoek in combinatie met opvolgende kennisgevingen en/of vergunningaanvragen doet, dienen naast de betrokken BVF-en ook de tekenbevoegde en de verantwoordelijk medewerker (in geval van een vergunningaanvraag) mee te tekenen.

 

Direct naar 2.8 combinatie verzoek

Direct naar Aanpassen 2.8 combinatie

Grootschalige procedure

Om werkzaamheden met ggo’s in procesinstallaties te mogen uitvoeren dient u altijd een vergunning voor grootschalige werkzaamheden aan te vragen.

 

Wanneer worden werkzaamheden als grootschalig gezien?

In ML-I en ML-II mag met een volume van maximaal 10 liter of met een bioreactor van maximaal 100 liter worden gewerkt. In ML-III is het maximale volume veel kleiner en is het afhankelijk van de werkzaamheden. Het maximale volume voor ML-III werkzaamheden wordt tijdens de aanvraagprocedure vastgesteld. Alle andere werkzaamheden worden als grootschalig beschouwd en deze (industriële) toepassingen worden in MI ruimtes uitgevoerd.

 

Wat moet u weten van een grootschalige aanvraag?

Net als de kleinschalige ingeperkte ruimtes zijn de grootschalig ruimtes onderverdeeld per inperkingsniveau (MI-I, MI-II, MI-III en MI-IV). Ieder ggo dat grootschalig toegepast gaat worden, moet van te voren beoordeeld worden, daarom komt de risicobeoordeling volgens bijlage 5 altijd voor ieder ggo minimaal op MI-III uit.
Indien u grootschalige werkzaamheden met zeer veilige ggo’s afkomstig van ML-I op MI-I of MI-II wilt gaan uitvoeren dan kunt u een omlaagschaling naar MI-I of MI-II aanvragen door een gecombineerde MI-I/MI-II-2.8 aanvraag in te dienen. De ggo’s moeten dan voldoen aan de criteria zoals gesteld in bijlage 6 van de Regeling. Grootschalige werkzaamheden op MI-III kunnen worden aangevraagd via een MI-III aanvraag.

 

Wanneer kunt u een gecombineerde MI-I/MI-II-2.8 aanvraag doen?

Indien u grootschalige werkzaamheden wilt gaan verrichten met een ggo afkomstig van ML-I en het ggo voldoet aan de criteria zoals gesteld in bijlage 6, onder 6.1, dan is omlaagschaling naar MI-II mogelijk. Als het ggo ook voldoet aan de criteria zoals gesteld in bijlage 6, onder 6.2 is omlaagschaling naar MI-I mogelijk. In deze gevallen kunt u een gecombineerde MI-I-2.8 of MI-II-2.8 aanvraag indienen. De termijn voor deze gecombineerde aanvraag is 45 dagen.
U dient voor ieder nieuwe ggo dus altijd een aanvraag te doen: een gecombineerde MI-I/MI-II- 2.8 aanvraag voor omlaagschaling of een MI-III aanvraag.

 

Wat houdt het gecombineerd MI-I/MI-II-2.8 besluit in?

In het 2.8 besluit wordt aangegeven dat het ggo op MI-I of MI-II gehanteerd mag worden. Tevens is het besluit de ontvangstbevestiging van de kennisgeving op niveau I (MI-I) of niveau II (MI-II). Na ontvangst van het 2.8 besluit mag u dus direct aan de slag.

 

Wanneer moet u MI-III aanvraag doen?

Als u grootschalige werkzaamheden wilt gaan verrichten met ggo’s afkomstig van ML-II dan moet u een vergunning aanvragen voor niveau MI-III. Dit geldt ook als u grootschalige werkzaamheden wilt gaan verrichten met een ggo afkomstig van ML-I en het ggo niet voldoet aan de criteria zoals beschreven in bijlage 6. De termijn voor de vergunning is 45 dagen.

 

Grootschalige vergunningaanvraag op MI-I,MI-II of MI-III

Om werkzaamheden met ggo’s in procesinstallaties te mogen uitvoeren dient u een vergunning voor grootschalige werkzaamheden aan te vragen.

 

Welke stappen moet u doorlopen om een grootschalige aanvraag te kunnen in dienen?

  1. U bepaalt op welk MI niveau u uw werkzaamheden wilt gaan uitvoeren:
    - MI-I: een ggo afkomstig van ML-I dat voldoet aan 6.1 en 6.2 van bijlage 6;
    - MI-II: een ggo afkomstig van ML-I dat voldoet aan 6.1 van bijlage 6;
    - MI-III: een ggo afkomstig van ML-I dat NIET voldoet aan 6.1 en 6.2 van bijlage 6 of een ggo dat afkomstig is van ML-II.
    Als u twijfelt over de juiste inschaling, dan kunt u eerst een oplossing proberen te vinden door een van de hulpmiddelen te gebruiken of door contact op te nemen met Bureau GGO.
  2. U beschrijft in het aanvraagformulier voor MI-I en MI-II, het ggo en u onderbouwt dat ggo aan de criteria van bijlage 6, 6.1 en 6.2 voldoet en op MI-I gehanteerd kan worden of aan de criteria van bijlage 6, 6.1 voldoet en derhalve op MI-II gehanteerd kan worden.
  3. U beschrijft in het aanvraagformulier voor MI-III de ggo’s en u geeft een onderbouwing waarom de ggo’s op MI-III gehanteerd mogen worden
  4. Gegevens in de aanvraag zijn standaard openbaar. Mocht u gegevens vertrouwelijk willen houden raden wij u aan hier extra aandacht aan te besteden.
  5. U stuurt het formulier en de eventueel benodigde extra informatie per post of via de berichtenbox naar Bureau GGO.

 

Wat kunt u van Bureau GGO verwachten?

  1. Bureau GGO stuurt na binnenkomst van de gecombineerde MI-I/MI-II-2.8 aanvraag of de MI-III aanvraag automatisch de ontvangstbevestiging.
  2. Bureau GGO doet een complete beoordeling van de aanvraag en beoordeelt of alle ggo’s op het juiste inperkingsniveau, in de juiste CFI en met complete gegevens zijn aangevraagd. Daar staat een termijn van 45 dagen voor.
  3. Bureau GGO kan de klok minimaal één keer stilzetten als er vragen zijn over de aanvraag. De wachttermijn wordt opgeschort tot dat de aanvullende informatie binnen is gekomen.

 

Wanneer kunt u de werkzaamheden starten?

  1. U ontvangt voor een MI-I aanvraag een positief 2.8 besluit. Gelijktijdig met uw 2.8 besluit ontvangt u een ontvangstbevestiging van een kennisgeving op niveau I en mag u aan de slag op MI-I.
  2. Indien u voor een MI-II aanvraag in het aanvraagformulier om een 2.17 beschikking inzake toestemming verzoekt, ontvangt u met een positief 2.8 besluit gelijktijdig een 2.17 beschikking inzake toestemming op niveau II en mag u aan de slag op MI-II.
  3. U ontvangt voor een MI-III aanvraag een beschikking, waarna u aan de slag mag op MI-III.

Educatieve organisaties zonder Wabo vergunning: S-I of S-III-2.8 procedure

Wanneer uw organisatie werkzaamheden met zeer veilige ggo’s en van zeer beperkte omvang wil gaan uitvoeren, kunt u gebruik maken van de S-I of S-III-2.8 procedure. Het voordeel van deze procedure is dat uw organisatie geen omgevingsvergunning nodig heeft.

 

Wat moet u weten over de S-I en S-III-2.8 procedure?

Normaal gesproken dient een organisatie die werkzaamheden met ggo's wil gaan uitvoeren over een omgevingsvergunning (Wabo vergunning) te beschikken. Scholen hebben meestal geen Wabo-vergunning. Als u zonder Wabo vergunning  met ggo’s wilt gaan werken en activiteiten van beperkte omvang met zeer veilige ggo’s wilt gaan uitvoeren dan kunt u de S-I of S-III-2.8 procedure gebruiken. De ggo’s moeten voldoen aan de criteria zoals ze gesteld zijn in bijlage 6. De vereisten aan het S-I laboratorium zijn gelijk aan die van een ML-I laboratorium (zie bijlage 9).

 

Hoe werkt de S-I procedure?

In bijlage 11 van de Regeling ggo is een aantal ggo’s beschreven die voldoen aan de criteria van bijlage 6 en die als zeer veilig worden beschouwd. Als u met deze ggo’s wilt gaan werken kunt u direct een kennisgeving op niveau I voor S-I doen. Na de ontvangst van de bevestiging kunt u direct aan de slag. Als u daarna met andere ggo’s van bijlage 11 wilt gaan werken, dan hoeft u alleen uw verslag risicobeoordeling compleet te maken en u hoeft uw kennisgeving niet te wijzigen.

Hoe werkt de S-III-2.8 procedure?

Indien uw organisatie met zeer veilige ggo’s wil gaan werken, die (nog) niet op bijlage 11 zijn opgenomen, dan dient u de S-III-2.8 procedure te volgen en zelf een risicobeoordeling volgens bijlage 6 uit te voeren. Ieder ggo dat in een organisatie zonder een Wabo-vergunning toegepast gaat worden, moet van te voren beoordeeld worden. De risicobeoordeling komt uit op S-III vervolgens kunt u een omlaagschaling naar S-I aanvragen. Let wel, S-III correspondeert alleen met de procedure (III is een vergunningaanvraag) en is geen categorie van fysische inperking (CFI). In deze procedure is de 2.8 procedure (een verzoek om omlaagschaling) gecombineerd met een kennisgeving op niveau I (S-I). De termijn is 45 dagen.

 

Wat houdt het gecombineerde S-I/S-III-2.8 besluit in?

In het 2.8 besluit wordt aangegeven dat het ggo op S-I gehanteerd mag worden. Tevens is het besluit ook de ontvangstbevestiging van de kennisgeving op niveau I (S-I). Na ontvangst van het 2.8 besluit mag u dus direct aan de slag.

 

Wat moet u doen als u een nieuwe ggo wilt gaan toepassen?

De inschaling van ieder nieuw ggo dat u wilt gaan toepassen, komt weer op S-III uit. U dient voor ieder nieuwe ggo dus altijd een gecombineerde S-III- 2.8 aanvraag te doen.

S-I kennisgeving

Om werkzaamheden zonder Wabo-vergunning te mogen uitvoeren dient u een S-I kennisgeving te doen. De ggo’s die u gebruikt dienen op bijlage 11 van de Regeling te staan.

 

Welke stappen moet u doorlopen om een S-I kennisgeving te kunnen in dienen?

  1. U bepaalt of uw ggo’s op bijlage 11 van de Regeling staan.
  2. In het aanvraagformulier geeft u aan met welke ggo’s u gaat werken.
  3. U stuurt het formulier per post of via de berichtenbox naar Bureau GGO.
  4. U maakt uw verslag risicobeoordeling compleet.
  5. U stelt een onderzoeksleider aan die verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken bij deze kennisgeving.

Wat kunt u van Bureau GGO verwachten?

  1. Bureau GGO stuurt na binnenkomst van de S-I kennisgeving automatisch de ontvangstbevestiging.
  2. Bureau GGO controleert de aanvraag.

Wanneer kunt u de werkzaamheden starten?

  1. U kunt direct starten met uw werkzaamheden nadat u de bevestiging van de kennisgeving hebt ontvangen en u uw verslag risicobeoordeling compleet hebt gemaakt.

 

S-III-2.8 vergunningaanvraag

Om werkzaamheden met zeer veilige ggo’s die niet vermeld staan op bijlage 11 van de Regeling in een S-I laboratorium binnen een organisatie zonder Wabo-vergunning te mogen uitvoeren dient u een gecombineerde S-III-2.8 aanvraag te doen.

 

Welke stappen moet u doorlopen om een S-III-2.8 aanvraag te kunnen in dienen?

  1. U omschrijft de onderdelen van de ggo’s die u wilt gaan toepassen en voert u de risicobeoordeling uit volgens bijlage 6 van de Regeling ggo.
  2. U maakt gebruik van het aanvraagformulier IG grootschalige werkzaamheden op niveau MI-I en MI-II.
  3. U neemt contact op met Bureau GGO voordat u begint met het invullen van het formulier. U stelt, in overleg met Bureau GGO, vast welke gegevens aangeleverd moeten worden voor de S-III-2.8 aanvraag.
  4. U stuurt het formulier en de eventueel benodigde extra informatie per post of via de berichtenbox naar Bureau GGO.

 

Wat kunt u van Bureau GGO verwachten?

  1. Bureau GGO stuurt na binnenkomst van de gecombineerde S-III-2.8 aanvraag automatisch de ontvangstbevestiging.
  2. Bureau GGO beoordeelt de aanvraag en bepaalt of de ggo’s op het juiste inperkingsniveau, in de juiste CFI en met complete gegevens zijn aangevraagd. Daar staat een termijn van 45 dagen voor.
  3. Bureau GGO kan de klok minimaal één keer stilzetten als er vragen zijn over de aanvraag. De wachttermijn wordt opgeschort tot dat de aanvullende informatie binnen is gekomen.

 

Wanneer kunt u de werkzaamheden starten?

  1. U ontvangt voor uw S-III-2.8 aanvraag een positief 2.8 besluit. Gelijktijdig met uw 2.8 besluit ontvangt u een ontvangstbevestiging van een kennisgeving op niveau I en mag u aan de slag op S-I.

2.13 procedure

Wanneer uw apathogene gastheer of uw vector niet op bijlage 2 van de Regeling ggo staat kunt u een 2.13 verzoek doen om deze op bijlage 2 te laten plaatsen.

 

Wat moet u weten over een 2.13 verzoek?

Als u van mening bent dat uw gastheer in aanmerking komt voor plaatsing op bijlage 2, lijst A1 of als u van mening bent dat uw vector in aanmerking komt voor plaatsing op bijlage 2, lijst A2 kunt u een 2.13 verzoek doen. De BVF doet het verzoek namens de gebruiker en het 2.13 besluit is ook alleen geldig voor de gebruiker. De termijn is 45 dagen.

 

Wat betekent een positief 2.13 besluit voor u?

U kunt een positief 2.13 besluit gebruiken om gastheren en vectoren, die niet op bijlage 2 staan, in te delen alsof ze wel op bijlage 2 staan. Hierdoor hoeft u geen 2.8 verzoek te doen voor alle afzonderlijke ggo’s.  Na een positief 2.13 besluit moet u wel nog een kennisgeving doen, een  wijziging aanvragen of uw verslag RB aanpassen. In de eerstvolgende up-date van bijlage 2 wordt de gastheer of vector toegevoegd aan de lijst.

2.13 verzoek

Wanneer uw apathogene gastheer of uw vector niet op bijlage 2 van de Regeling ggo staat kunt u een 2.13 verzoek doen om deze op bijlage 2 te laten plaatsen.

 

Welke stappen moet u doorlopen om een 2.13 verzoek in te dienen?

  1. U vult de gegevens van de gastheer of vector op het 2.13 formulier in.
  2. U stuurt het formulier en de aanvullende gegevens die onderbouwen dat deze gastheer of vector op bijlage 2 geplaatst kan worden per post of via de berichtenbox naar Bureau GGO.

 

Wat kunt u van Bureau GGO verwachten?

  1. Bureau GGO stuurt na binnenkomst van het 2.13 verzoek automatisch de ontvangstbevestiging.
  2. Bureau GGO beoordeelt het verzoek. Daar staat een termijn van 45 dagen voor.
  3. Bureau GGO kan de klok minimaal één keer stilzetten als er vragen zijn over het verzoek. De wachttermijn wordt opgeschort tot dat de aanvullende informatie binnen is gekomen.
  4. Bureau GGO neemt een beslissing over uw artikel 2.13 verzoek. Na een positieve beslissing wordt het micro-organisme of de vector bij de eerstkomende up-date van bijlage 2 aan lijst A1 respectievelijk, lijst A2 toegevoegd.

 

Wanneer kunt u de werkzaamheden starten?

  1. Na een positieve beslissing mag u het micro-organisme of de vector beschouwen alsof het op bijlage 2 staat. Wanneer u de gastheer of vector op niveau I wilt gaan gebruiken en u in het bezit bent van een niveau I kennisgeving dan hoeft u de gastheer of vector alleen aan uw verslag risicobeoordeling toevoegen. In alle andere gevallen dient u een kennisgeving of vergunningaanvraag te doen. 

2.13a procedure

Wanneer uw pathogene gastheer niet op bijlage 4 of uw plant niet op bijlage 7 of uw ggo niet op bijlage 11 staat, dan kunt u een 2.13a verzoek doen om ze op respectievelijk bijlage 4, 7 of 11 te laten plaatsen.

 

Wat moet u weten over een 2.13a verzoek?

Als u van mening bent dat uw micro-organisme in aanmerking komt voor plaatsing op bijlage 4 of uw plant op bijlage 7 of als u van mening bent dat uw ggo in aanmerking komt voor plaatsing op bijlage 11 dan kunt u een 2.13a verzoek doen. De BVF doet het verzoek namens de gebruiker en het 2.13a besluit is alleen geldig voor de gebruiker. De termijn is 45 dagen.

 

Wat betekent een positief 2.13a besluit voor u?

U kunt uw positieve 2.13a besluit gebruiken om uw micro-organisme, plant of ggo, welke niet op bijlage 4, 7 of 11 staat, in te delen alsof het wel op de bijlage staat. Na een positief 2.13a besluit moet u nog een kennisgeving of vergunningaanvraag doen, een  wijziging aanvragen of uw verslag RB aanpassen. In de eerstvolgende up-date van de bijlagen wordt het micro-organisme, de plant of het ggo toegevoegd aan de bijlage.

2.13a verzoek

Wanneer uw pathogene gastheer niet op bijlage 4 of uw plant niet op bijlage 7 of uw ggo niet op bijlage 11 staat, dan kunt u een 2.13a verzoek doen om ze op respectievelijk bijlage 4, 7 of 11 te laten plaatsen.

Welke stappen moet u doorlopen om een 2.13a verzoek in te dienen?

  1. U vult de gegevens van het micro-organisme, de plant of het ggo op het 2.13a formulier in. Waarbij u voor plaatsing op :​​
    1. bijlage 4 onderbouwt tot welke pathogeniteitsklasse het micro-organisme behoort;
    2. bijlage 7 de verspreidingskenmerken van de plant levert;
    3. bijlage 11 aantoont dat het ggo voldoet aan de criteria van bijlage 6.
  2. U stuurt het formulier en de aanvullende gegevens die onderbouwen dat het micro-organisme, de plant of dit ggo op bijlage 4, 7 of 11 geplaatst kan worden per post of via de berichtenbox naar Bureau GGO.

 

Wat kunt u van Bureau GGO verwachten?

  1. Bureau GGO stuurt na binnenkomst van het 2.13a verzoek automatisch de ontvangstbevestiging.
  2. Bureau GGO beoordeelt het verzoek. Daar staat een termijn van 45 dagen voor.
  3. Bureau GGO kan de klok minimaal één keer stilzetten als er vragen zijn over het verzoek. De wachttermijn wordt opgeschort tot dat de aanvullende informatie binnen is gekomen.
  4. Bureau GGO neemt een beslissing over uw artikel 2.13a verzoek. Na een positieve beslissing wordt het micro-organisme, de plant of het ggo bij de eerstkomende up-date aan respectievelijk bijlage 4, 7 of 11 toegevoegd.

 

Wanneer kunt u de werkzaamheden starten?

  1. Na een positieve beslissing mag u het micro-organisme, de plant of het ggo beschouwen alsof het op bijlage 4, 7 of 11 staat. Wanneer u het micro-organisme, de plant of het ggo op niveau I wilt gaan gebruiken en u in het bezit bent van een niveau I kennisgeving dan hoeft u het micro-organisme, de plant of het ggo alleen aan uw verslag risicobeoordeling toevoegen. In alle andere gevallen dient u een kennisgeving of vergunningaanvraag te doen. 

de ATV procedure

Via de ATV procedure kunt u een verzoek indienen om alternatieve werk- of inrichtingsvoorschriften te mogen hanteren.

 

Wat moet u weten over de ATV procedure?

In bijlage 9 van de Regeling zijn de standaard inrichtings- en werkvoorschriften en de aanvullende voorschriften voor speciale gevallen opgenomen. Het kan zijn dat u in bepaalde situaties niet kunt voldoen aan de hier beschreven voorschriften en dat u op een andere manier wilt gaan werken. Ook kan het zijn dat de beschreven voorschriften niet voldoende veiligheid bieden voor de werkzaamheden die u wilt gaan uitvoeren. In die gevallen dient u een ATV verzoek in te dienen. De gebruiker doet het verzoek en het ATV besluit is ook alleen geldig voor de gebruiker. De termijn is 8 weken.

 

Hoe moet u een ATV verzoek indienen?

In uw ATV verzoek moet u motiveren waarom u aan bepaalde inrichtings- of werkvoorschriften niet kunt voldoen. Een ATV verzoek is altijd specifiek voor een bepaalde ruimte in combinatie met bepaalde werkzaamheden. U dient te onderbouwen dat u voor uw toepassing met de voorgestelde alternatieve voorschriften hetzelfde niveau van veiligheid voor mens en milieu kunt waarborgen. U gebruikt voor dit verzoek het formulier voor een ATV verzoek.

 

Wat hebt u aan een positief ATV besluit?

U dient uw ATV besluit altijd mee te nemen bij de risicobeoordeling die u moet uitvoeren voor uw kennisgevingen op niveau I en II-k en uw vergunningaanvragen op niveau II-v en III indien het van toepassing is voor uw voorgenomen werkzaamheden. In deze aanvragen dient u naar het ATV besluit te verwijzen.

ATV verzoek

Via de ATV procedure kunt u een verzoek indienen om alternatieve werk- of inrichtingsvoorschriften te mogen hanteren.

 

Welke stappen moet u doorlopen om een ATV verzoek in te dienen?

  1. In uw verzoek motiveert u voor welke voorschriften u alternatieve voorschriften wilt gaan hanteren of voor welke werkzaamheden u extra voorschriften wilt gaan hanteren. Dit verzoek kunt u in briefvorm aanleveren.
  2. Gegevens in het verzoek zijn standaard openbaar. Mocht u gegevens vertrouwelijk willen houden raden wij u aan hier extra aandacht aan te besteden.
  3. U stuurt het verzoek en de aanvullende gegevens die uw verzoek onderbouwen per post of via de berichtenbox naar Bureau GGO.

 

Wat kunt u van Bureau GGO verwachten?

  1. Bureau GGO stuurt na binnenkomst van het ATV verzoek automatisch de ontvangstbevestiging.
  2. Bureau GGO beoordeelt de aanvraag. Daar staat een termijn van 8 weken voor.
  3. Bureau GGO kan de klok minimaal één keer stilzetten als er vragen zijn over de aanvraag. De wachttermijn wordt opgeschort tot dat de aanvullende informatie binnen is gekomen.
  4. Bureau GGO neemt een beslissing over uw ATV verzoek. Na een positieve beslissing kunt u deze alternatieve maatregelen meenemen in uw kennisgevingen en/of vergunning aanvragen.

Algemeen administratief formulier

U dient het algemeen administratief formulier te gebruiken wanneer u een van de volgende niet inhoudelijke zaken wilt wijzigen: de tenaamstelling, de plaats van uitvoering (pvu), de gegevens van de biologischeveiligheidsfunctionaris (BVF) of verantwoordelijk medewerker (VM) of voor het afsluiten van dossiers.

 

In welke gevallen kunt u het algemeen administratief formulier gebruiken?

  • Wijzigen tenaamstelling: Bij een wijziging van de tenaamstelling wordt de naam van de rechtspersoon vervangen die gekoppeld is aan de kennisgevingen en vergunningen. Dit kan alleen als er sprake is van rechtsopvolging. Als er geen sprake is van rechtsopvolging, dan zal de nieuwe rechtspersoon de werkzaamheden zelf moeten kennisgeven dan wel er een vergunning voor moeten aanvragen.
  • Wijzigen pvu: Wijzigingen van de pvu van kennisgevingen en vergunningen onder Besluit ggo 2013 en van ‘oude’vergunningen (vergunningen onder Besluit ggo 2003) moeten altijd doorgegeven worden aan Bureau GGO.
  • Wijzigen gegevens BVF: De aanstelling van de BVF bij een gebruiker, het beëindigen van de aanstelling van de BVF bij een gebruiker, de kennisgevingen en vergunningen waarop de BVF toeziet en wijzigingen in de contactgegevens van de BVF moeten altijd doorgegeven worden aan Bureau GGO.
  • Wijzigen gegevens VM: De vergunningen waarvoor de VM verantwoordelijk is en wijzigingen in de contactgegevens van de VM moeten altijd doorgegeven worden aan Bureau GGO
  • Afsluiten dossiers: Als alle werkzaamheden onder een kennisgeving of vergunning gestopt zijn EN als alle ggo’s uit de opslag verwijderd zijn, kan de kennisgeving of vergunning afgesloten worden.

 

Wat kunt u van Bureau GGO verwachten?

Bureau GGO stuurt altijd een bevestiging van uw wijziging.