U bevindt zich op: Home nl Toelichtingen Filtertopkooien, isolator

Filtertopkooien en isolator

Filtertopkooien worden voorgeschreven voor de huisvesting van kleine proefdieren (zoals muizen, ratten en cavia’s) in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen. Kleine proefdieren en sommige grotere proefdieren (zoals fretten) kunnen ook worden gehuisvest in isolatoren. In de praktijk gaat het hier meestal om ggo’s die voor laboratoriumwerkzaamheden zijn ingeschaald op ten hoogste ML-II niveau, die zich aërogeen kunnen verspreiden (zoals adenovirus) of die serieuze ziekteverschijnselen kunnen veroorzaken, waardoor additionele inperking nodig is om verspreiding naar mens en milieu te beperken of te voorkomen. Het concept dat hierbij gehanteerd wordt, is dat elke kooi of isolator een microbiologische eenheid voorstelt die onafhankelijk is van alle andere kooien of isolatoren in de ruimte. Dit betekent feitelijk dat de microbiële inperking plaats vindt op het niveau van de kooi of de isolator en niet op het niveau van de ruimte. De inschaling van de dierexperimenten waarbij ggo’s van klasse 2 worden toegepast zal doorgaans op DM-II plaatsvinden waarbij een filtertopkooi of een isolator wordt voorgeschreven. Voor grotere proefdieren zal het gebruik van filtertopkooien of isolatoren geen optie meer zijn omdat de dieren er niet passend en veilig in gehuisvest kunnen worden. De inschaling van exprimenten met aërogeen verspreidende ggo’s in dergelijke grote proefdieren zal DM-III zijn; hierbij vindt de inperking ten aanzien van het milieu dus plaats op het niveau van de ruimte (e.g. onderdruk en HEPA filter) en worden ten aanzien van de medewerkerbescherming persoonlijke beschermingsmiddelen voorgeschreven.

Zoeken:

Service