U bevindt zich op: Home nl Toelichtingen Transfectie onder 5.4.1

De transfectie van cellen met virale vectoren onder 5.4.1

Artikel 5.4.1 is bedoeld om handelingen met animale cellen en plantencellen in associatie met een plasmide vector of een virale transfervector, die ook als expressievector gebruikt kan worden, in te schalen; e.g. transfectie van animale cellen en plantencellen. Artikel 5.4.1 dient NIET gebruikt te worden indien de productie van virale partikels en virale replicons beoogd wordt. Afhankelijk van de biologische inperking dient de productie van virale partikels en virale replicons ingeschaald te worden volgens artikel 5.4.2 of 5.4.3.

Voorbeeld:

Transfectie van cellen ten behoeve van eiwit en/of RNA expressie met behulp van een virale transfervector:
Het doel is de expressie van het transgen (eiwit en/of RNA) en NIET de productie van virale partikels of virale replicons. De helper/packaging plasmiden, benodigd voor de productie van virale partikels, worden dan ook niet samen met de virale transfervector getransfecteerd. Wel dient er rekening gehouden te worden met virale sequenties aanwezig in de gastheer en de vector waardoor er mogelijk genetisch gemodificeerd virus kan ontstaan.

Transfectie van cellen met lentivirale transfervector:
Indien de cellen vrij zijn van HIV-1, HIV-2, HTLV-1 en -2, SIV en andere niet-humane lentivirussen: inschaling via 5.4.1.h op ML-II-k (PG3, er kan geen genetisch gemodificeerd autonoom replicerend lentivirus geproduceerd worden). Via een artikel 2.8 verzoek kan verzocht worden om inschaling op ML-I inperkingsniveau.
Indien de cellen potentieel geïnfecteerd zijn met HIV-1, HIV-2, HTLV-1 en -2, SIV en andere non-humane lentivirussen: inschaling via 5.4.1.g op ML-III (PG3, het ontstaan van genetisch gemodificeerd replicatie competent lentivirus kan niet uitgesloten worden).

Transfectie van cellen met muizenretrovirale transfervector:
Inschaling via 5.4.1.g op ML-II-k (PG2, een substantieel deel van de cellijnen die voor wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt bevatten retrovirussequenties (CGM/131002-01, CGM/131220-01 en CGM/140228-01), hierdoor kan het ontstaan van genetisch gemodificeerd replicatie competent retrovirus niet worden uitgesloten).
Transfectie van retrovirale transfervectoren gebaseerd op de muizen gammaretrovirussen en hiervan afgeleide (ongeclassificeerde) virussen dl587 rev, Moloney murine sarcoma virus (MoMSV), Murine embryonic stem cell virus (MESV), Murine leukemia virus (MLV), Murine stem cell virus (MSCV), Myeloproliferative sarcoma virus (MPSV), PCC4-cell passaged myeloproliferative sarcoma virus (PCMV) en Spleen focus forming virus (SFFV) mag via 5.4.1.g op ML-II-k worden ingeschaald.

Voorbeeld:

Transfectie van cellen ten behoeve van eiwit en/of RNA expressie met een plasmide dat virale sequenties bevat die coderen voor een enkel viraal genproduct of regulatoire sequentie*:
De cellen in dit voorbeeld zijn vrij van virale sequenties, waardoor er géén al dan niet defect genetisch gemodificeerd virus geproduceerd kan worden.

Transfectie van cellen met een plasmide dat het GFP gen tot expressie brengt onder controle van een CMV promoter:
Inschaling via 5.4.1.i op ML-I (er zal geen al dan niet defect genetisch gemodificeerd virus geproduceerd worden en er is een gekarakteriseerde, onschadelijke sequentie aanwezig).

* Indien dit enkele virale genproduct afkomstig is van een virus dat slechts één open reading frame (ORF) bevat, dan dient dit ORF als defect, voor eukaryote cellen infectieus virus via 5.4.3 ingeschaald te worden.

Voorbeeld:

Transfectie van cellen ten behoeve van eiwit en/of RNA expressie. De productie van virale partikels en virale replicons wordt niet beoogd, maar het ontstaan van genetisch gemodificeerd virus kan niet worden uitgesloten als gevolg van de in de cellen aanwezige virale sequenties.

De cellijn COS-7 bevat een onvoldoende gekarakteriseerde hoeveelheid SV40 sequenties en de vorming van genetisch gemodificeerd SV40 kan niet worden uitgesloten wanneer transfecties met plasmiden met een SV40 origin of replication worden toegepast.

· Transfectie van COS-7 cellen:

  • plasmide met SV40 ori: inschaling via 5.4.1.g op ML-II-k (PG2, het ontstaan van genetisch gemodificeerd replicatie competent SV40 kan niet uitgesloten worden).
  • plasmide zonder SV40 ori: inschaling via 5.4.1.h op ML-I (er kan defect genetisch gemodificeerd SV40 geproduceerd worden).

· Transfectie van COS-1 cellen:

  • plasmide met SV40 ori: inschaling via 5.4.1.h op ML-I (PG2, het ontstaan van defect genetisch gemodificeerd SV40 kan niet uitgesloten worden).
  • plasmide zonder SV40 ori: inschaling via 5.4.1.h op ML-I (er kan defect genetisch gemodificeerd SV40 geproduceerd worden).

· Transfectie van HEK293 cellen:

  • plasmide met SV40 ori: inschaling via 5.4.1.i op ML-I (er zal geen al dan niet defect genetisch gemodificeerd SV40 geproduceerd worden).
  • plasmide zonder SV40 ori: inschaling via 5.4.1.i op ML-I (er zal geen al dan niet defect genetisch gemodificeerd SV40 geproduceerd worden).

· Transfectie van (potentieel) EBV positieve cellen:

  • plasmide met EBNA1/oriP: inschaling via 5.4.1.g op ML-II-k (PG2, het ontstaan van genetisch gemodificeerd replicatie competent EBV kan niet uitgesloten worden).
  • plasmide zonder EBNA1/oriP: inschaling via 5.4.1.i op ML-I (er zal geen al dan niet defect genetisch gemodificeerd EBV geproduceerd worden).

NB: Indien in de vector een sequentie aanwezig is die codeert voor een schadelijk genproduct dan kan een hogere inschaling van toepassing zijn (inschaling volgens 5.4.1.f).

 

Zoeken:

Service