U bevindt zich op: Home nl Toelichtingen Aggregerend eiwit

Aggregerend eiwit (alpha-synucleïne) als schadelijk genproduct

Aggregerende eiwitten kunnen onder specifieke condities een andere structuur aannemen en gaan samenklonteren. Samenklontering van eiwitten, zoals α-synucleïne in het brein, wordt in verband gebracht met bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson. Gebaseerd op recente wetenschappelijke gegevens en een recent COGEM advies (CGM/150501-05) dient het aggregerend eiwit α-synucleïne als schadelijk genproduct beschouwd te worden. Handelingen met sequenties coderend voor α-synucleïne (het fysiologische eiwit en mutanten) dienen daarom op ML-II/DM-II inperkingsniveau plaats te vinden. Huisvesting en niet-invasieve experimenten met muizen transgeen voor α-synucleïne kunnen op D-I inperkingsniveau plaatsvinden.

Wat betekent dit voor u?
U gaat in vitro werkzaamheden uitvoeren met sequenties coderend voor α-synucleïne
Indien u hiervoor nog geen toestemming heeft, kunt u een aanvraag volgens de nieuwe procedures indienen. Voor standaard in vitro werkzaamheden (expressie in E. coli en animale cellen zonder toepassing van virale vectoren) kunt u gebruik maken van het aanvraagformulier IG voor werkzaamheden op niveau II-k, aangezien de meeste handelingen met schadelijke sequenties in E. coli of in animale cellen via bijlage 5 op ML-II-k kunnen worden ingeschaald. U dient bij uw kennisgeving te vermelden welke aanvullende voorschriften u gaat hanteren. Voorschriften voor standaard in vitro handelingen met α-synucleïne staan vermeld in het COGEM advies (CGM/150501-05).
Indien u sequenties coderend voor α-synucleïne gaat toepassen in virale vectoren of indien u twijfelt over de inschaling / schadelijkheid van bepaalde eiwitten met aggregerende eigenschappen is het advies om eerst contact op te nemen met Bureau GGO.

U gaat in vivo werkzaamheden verrichten met muizen transgeen voor α-synucleïne
Indien u nog geen toestemming heeft voor handelingen met α-synucleïne transgene muizen dan dient u eerst een 2.8 verzoek te doen. Hierin beschrijft u de handelingen die met de dieren worden verricht, zodat het juiste inperkingsniveau (D-I dan wel DM-II) kan worden bepaald. Het is van belang om invasieve handelingen, handelingen met dieren in associatie met aggregaten (zogenaamde “seeds”) en eventuele handelingen met cellen en weefsels uit deze dieren te beschrijven en aan te geven welke aanvullende voorschriften u gaat hanteren (zie ook CGM/150501-05).

Er vinden (mogelijk) handelingen met α-synucleïne onder uw ‘oude’ vergunning plaats
Het advies is om binnen uw instituut na te gaan of er handelingen met α-synucleïne worden uitgevoerd en vergund zijn onder Besluit GGO 2003. Indien dit het geval is dient u per direct de in vitro en in vivo werkzaamheden op het juiste inperkingsniveau uit te voeren onder toepassing van de voorschriften uit het COGEM advies (CGM/150501-05). Daarnaast dient u de werkzaamheden zo spoedig mogelijk onder te brengen in nieuwe kennisgevingen of vergunningen, waarbij u in elk geval voor handelingen met dieren en cellen en weefsels uit deze dieren eerst een 2.8 verzoek moet doen.

Er vinden (mogelijk) handelingen met andere (potentieel) aggregerende eiwitten onder uw ‘oude’ vergunning plaats of u bent voornemens deze uit te voeren
In het geval van werkzaamheden met andere (potentieel) aggregerende eiwitten adviseren wij na te gaan of de huidige stand van wetenschap aanleiding geeft dit eiwit als schadelijk genproduct te zien en de risicoanalyse hier op aan te passen.

Zoeken:

Service