U bevindt zich op: Home nl Ingeperkt gebruik Procedures Kennisgevingen

Kennisgevingen

Om activiteiten met ggo’s op niveau I en II-k te mogen uitvoeren dient u een kennisgeving op niveau I of II-k in te dienen. Voor het dagelijks toezicht op uw werkzaamheden onder deze kennisgevingen kunt u één of meerdere onderzoeksleiders aanstellen.

Wat moet u weten over kennisgevingen?

Voor activiteiten met ggo's die gehanteerd moeten worden op inperkingsniveau I of II-k geldt dat u deze moet kennisgegeven. Zonder tegenbericht mag u voor niveau I na de bevestiging van ontvangst van de kennisgeving of voor niveau II-k na 45 dagen wachttermijn het ingeperkt gebruik overeenkomstig uw kennisgeving starten. U ontvangt op uw kennisgeving dus geen beschikking.

U hebt een ontvangstbevestiging gekregen, wat betekent dat?

Nadat de kennisgeving bij Bureau GGO is binnen gekomen, wordt direct een ontvangstbevestiging gestuurd. Dit betekent alleen dat uw aanvraag is binnengekomen. Bureau GGO zal de aanvraag nog beoordelen.

Wat houdt het in als u een 2.19 besluit krijgt?

Bureau GGO kan ingrijpen als u (een gedeelte van) uw aanvraag niet op het juiste niveau, niet in de juiste CFI of niet inhoudelijk correct hebt aangevraagd. Dit moet Bureau GGO doen binnen de termijn van 45 dagen. U krijgt dan op uw kennisgeving of wijzigingsverzoek een 2.19 beschikking, wat inhoud dat Bureau GGO niet kan instemmen met uw kennisgeving of uw wijzigingsverzoek. In de opliggende brief geeft Bureau GGO aan waarom er niet ingestemd kan worden. U dient uw werkzaamheden direct te staken en een verbeterde aanvraag in te dienen.

Wat moet u nog meer doen na het doen van een kennisgeving?

Op een kennisgeving ontvangt u altijd een ontvangstbevestiging soms een brief met een verzoek om aanvullende informatie maar nooit een beschikking. Daarmee is de verantwoordelijkheid voor alle activiteiten met ggo's die op niveau I en II-k gehanteerd mogen worden grotendeels bij u als gebruiker komen te liggen. Het is daarom van groot belang dat u in uw verslag risicobeoordeling een overzichtelijke administratie voert van al uw niveau I en II-k activiteiten, zodat het voor alle medewerkers inzichtelijk is met welke ggo’s er gewerkt mag worden en in welke CFI de werkzaamheden uitgevoerd moeten worden.

Hoe moet u omgaan met de extra aanvullende voorschriften in bijlage 9?

In bijlage 9 van de regeling zijn per CFI de standaard inrichtings- en werkvoorschriften opgenomen. Deze voorschriften zorgen ervoor dat u veilig kunt werken met uw ggo binnen deze CFI en daarom moet u ze altijd opvolgen. Het kan echter nodig zijn dat u voor uw ggo of voor de handelingen die u wilt gaan uitvoeren met uw ggo extra maatregelen moet treffen. Aangezien u geen beschikking krijgt, moet u zelf bepalen welke aanvullende werkvoorschriften van toepassing zijn voor deze activiteiten. Deze voorschriften zijn opgenomen in bijlage 9 en u komt er via deel II van bijlage 5. Er kunnen meerdere voorschriften van toepassing zijn voor uw werkzaamheden. Deze extra aanvullende voorschriften moet u ook in het verslag risicobeoordeling opnemen.

Waarom stelt u een onderzoeksleider aan?

Een onderzoeksleider is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op de werkvloer. U kunt zelf bepalen of u één of meerdere onderzoeksleiders aanstelt per kennisgeving. De onderzoeksleider wordt alleen intern binnen uw organisatie geregistreerd en niet bij Bureau GGO.

 

Zoeken:

Service