U bevindt zich op: Home nl Ingeperkt gebruik Procedures Bijzondere procedures

Bijzondere procedures

Bijzondere procedures: de 2.8 procedure, de MI-I/MI-II-2.8 procedure, de MI-III procedure, de S-I procedure, de S-III-2.8 procedure, de 2.13 procedure, de ATV procedure en het algemeen administratief formulier.

2.8 procedure

U kunt een 2.8 verzoek indienen wanneer u een inperkingsniveau en een CFI wilt laten toekennen aan handelingen met bepaalde ggo’s. Op basis van het 2.8 besluit dient u vervolgens voor de voorgenomen werkzaamheden een kennisgeving dan wel een vergunningaanvraag te doen.

Grootschalige procedure

Om werkzaamheden met ggo’s in procesinstallaties te mogen uitvoeren dient u altijd een vergunning voor grootschalige werkzaamheden aan te vragen.

Educatieve organisaties: S-I of S-III-2.8 procedure zonder Wabo-vergunning

Wanneer uw organisatie werkzaamheden met zeer veilige ggo’s en van zeer beperkte omvang wil gaan uitvoeren, kunt u gebruik maken van de S-I of S-III-2.8 procedure. Het voordeel van deze procedure is dat u geen omgevingsvergunning nodig heeft.

2.13 procedure

Wanneer uw apathogene gastheer of uw vector niet op bijlage 2 van de Regeling ggo staat kunt u een 2.13 verzoek doen om deze op bijlage 2 te laten plaatsen.

De ATV procedure

Via de ATV procedure kunt u een verzoek indienen om alternatieve werk- of inrichtingsvoorschriften te mogen hanteren.

Algemeen administratief formulier

U dient het algemeen administratief formulier te gebruiken wanneer u een van de volgende niet inhoudelijke zaken wilt wijzigen: de tenaamstelling, de plaats van uitvoering (pvu), de gegevens van de biologischeveiligheidsfunctionaris (BVF) of verantwoordelijk medewerker (VM) of voor het afsluiten van dossiers.

Zoeken:

Service